Terug naar onderzoek

25 mei 2026 · 6 min leestijd

Het gat tussen twee therapeuten is waar de cliënt stilletjes verdwijnt

Onderzocht door Freudche

Samenvatting

Een doorverwezen cliënt wacht weken tussen de ene therapeut en de volgende, en velen komen nooit aan. Onderzoek vindt al lang dat van de 100 mensen die een instelling benaderen er maar zo'n 33 een eerste sessie halen; de basisuitval ligt op 19,7%; en wisselt de therapeut, dan liep de uitval in één klinische groep op van 7,1% naar 40,4%. In Nederland stonden er op 1 oktober 2024 108.878 wachtplekken open, met 67% over de intakenorm heen en gemiddeld 28 weken wachten bij persoonlijkheidsstoornissen. De gestructureerde overdracht laat geen blijvend spoor na op de klachten, maar het herstelvenster is echt, en de uitval die daarin gebeurt, is het deel dat niemand telt.

Een vrouw over wie ik hoorde, had haar verhaal al vier keer verteld. Eén keer aan de intaker aan de telefoon, één keer op een formulier in de wachtkamer, één keer aan een bureau tegenover een behandelaar die vond dat ze meer specialistische zorg nodig had. En een vierde keer, weken later, aan de therapeut naar wie ze eindelijk was gestuurd. Die vierde keer zei ze het vlak, zoals je een telefoonnummer voorleest. Ze verwachtte niet meer dat het iets zou veranderen. Op papier was ze nog gewoon in behandeling. Maar de mens die zich als eerste had geopend, zat eigenlijk niet meer in de kamer.

Dit is het deel van de zorg waar we bijna nooit recht naar kijken: niet de sessie, en niet de volgende sessie, maar het gat tussen twee therapeuten. Na een intake, na een of twee sessies, na een stap omhoog van basis- naar specialistische zorg wordt een cliënt doorgegeven en gaat dan wachten. De overdracht heet een regel op een formulier, een verwijzing verstuurd en ontvangen. Maar wat is het echt, voor wie het beleeft? Een reeks weken waarin het enige wat hen vasthoudt de herinnering is dat ze één keer gehoord zijn. En weken is dan nog mild gezegd.

De verliezen die niemand optelt

Loop het pad af dat een cliënt aflegt en tel wie er bij elke stap afvalt. Hoeveel halen het? Onderzoek vindt al lang dat van de 100 mensen die voor het eerst een instelling benaderen er maar zo'n derde überhaupt een eerste sessie haalt (Barrett e.a., 2008). Van wie wel begint, stopt ongeveer een op de vijf eerder dan gepland, een opvallend stabiele 19,7% over 669 studies en ruim 80.000 cliënten (Swift & Greenberg, 2012). En dan is er de overdracht zelf. In één groep klinische cliënten bij wie de therapeut na het eerste contact wisselde, liep de uitval op tot 40,4%, tegen 7,1% bij wie dezelfde behandelaar hield (Steuwe e.a., 2017). Eén specifieke groep, één specifieke setting, dus lees het als richting, niet als universeel cijfer. Maar is de richting te missen? Nauwelijks. Elke overgang is een plek waar iemand uit de zorg wegvalt, en die uitval telt op.

En wat doet dat wachten met wie wél blijft? Niets goeds. In gesprekken met jongvolwassenen die op Britse wachtlijsten vastzaten, kweekte het wachten zelf hopeloosheid en een traag verval, het gevoel dat het systeem hen had weggeborgen en was doorgelopen (Punton e.a., 2022). De Nederlandse cijfers leggen er harde getallen onder. Op 1 oktober 2024 stonden er 108.878 wachtplekken in de ggz open, met 67% van de intakes al over de vierwekennorm heen, en in de specialistische zorg liep de gemiddelde wachttijd op tot 28 weken bij persoonlijkheidsstoornissen en 20 bij depressie (Nederlandse Zorgautoriteit, 2025). Lees dat als plekken in een rij, niet als een telling van losse mensen. Het punt blijft hoe dan ook staan. Het gat is geen uitzondering. Het is de gewone gang van zaken in het systeem.

Gevraagd om zich opnieuw te openen, aan een vreemde

En hier komt de prijs die op geen enkele kaart staat. Als cliënten meerdere behandelaars zien, wat noemen ze dan het meest slopend? Niet de klinische overdracht. Wel het steeds opnieuw aan een nieuwe persoon moeten herhalen van gevoelige informatie, iets wat cliënten in een breed overzicht van patiëntervaringen "bijzonder verontrustend en belastend" noemen, zelfs als ze weten dat het al in hun dossier staat (Haggerty e.a., 2013). Bedenk wat we vragen. Iemand verzamelde één keer de moed om het moeilijkste van zijn leven te zeggen tegen een vreemde die luisterde. De schaamte? De angst? Het ding dat hij nooit hardop had gezegd? Alles in één keer afgegeven. En nu, weken later, uitgeput door het wachten, vragen we hem die moed opnieuw te verzamelen, voor een andere vreemde die in het beste geval een samenvatting heeft gelezen. Sommigen doen het. Velen gewoon niet. En waarom zouden ze ook? Het eerste vertellen kostte hen iets echts, en het leidde, vanaf hun stoel gezien, tot een formulier en uitstel.

Het is makkelijk om dit te overdrijven, dus dat doe ik niet. Ja, maar richt een overdracht dan blijvende schade aan? Nee. Wordt het gestructureerd geregeld, dan is het onderzoek geruststellend over wat je het meest zou vrezen: er blijft aan het eind van de behandeling geen blijvend spoor op de klachten achter (Zimmermann e.a., 2019). De cliënt die de overdracht doorkomt en de relatie weer opbouwt, doet het uiteindelijk meestal even goed. Mooi, toch! Maar datzelfde werk laat ook zien dat opnieuw opbouwen tijd kost. De band zakt als de therapeut wisselt, en de cliënt heeft zo'n drie sessies met de nieuwe behandelaar nodig om weer terug te klimmen, dichter bij vijf volgens de therapeut zelf. Dus blijvend is de schade niet. Wat is het dan wel? Een venster, drie tot vijf sessies breed, waarin het werk stilletjes zwakker is. En juist in dat venster zit de uitval. De cliënten die nooit terugkomen om opnieuw op te bouwen, zijn precies degenen die het "geen blijvend effect" niet kan zien, want ze zijn weg voordat het meten begint.

De echte vraag is dus niet of overdracht mensen op de lange duur schaadt. Hij is eenvoudiger en moeilijker. Hoe houd je iemand betrokken, en de draad van zijn verhaal heel, over een gat dat de agenda onvermijdelijk maakt? Helpt er dan iets? Ja. Twee dingen helpen tijdens het wachten. Werk tussen de sessies door heeft een vast effect op de uitkomst, rond d = 0,48 wanneer de therapie het bevat tegenover dezelfde therapie zonder (Kazantzis e.a., 2010), en hoeveel een cliënt dat werk daadwerkelijk doet, loopt gelijk op met hoe goed het hem gaat, op r = 0,26 (Mausbach e.a., 2010). De overdrachtskant is troebeler. Een warme introductie bij de volgende behandelaar klinkt logisch, maar staaft het bewijs dat ook? Maar half. Het is gemengd, en één grote studie vond helemaal geen hogere opkomst (Pace e.a., 2018). Behandel de overdracht dus als een manier om het verhaal van de mens mee te dragen, niet als een bewezen manier om te zorgen dát ze komen.

En waar past Freudche dan in dat gat? Op twee plekken. Het eerste deel is The Tussen: een klein beetje zacht gezelschap dat Freudche de cliënt geeft om de draad levend te houden over het gat heen, zowel het gat tussen de sessie van deze week en die van volgende week, als het langere gat tussen de ene therapeut en de volgende. Iets om vast te houden als de agenda niets biedt, zodat het wachten niet zomaar lege tijd is waarin de draad slap raakt. Het tweede deel is een zachte overdracht. Omdat de cliënt al deel is van Freudche, reist de continuïteit met hem mee naar de volgende kamer in plaats van terug naar nul te springen. De nieuwe therapeut begint niet bij een leeg blad, en de cliënt hoeft het verhaal niet vanaf het begin opnieuw te vertellen. Dat is het, eenvoudig gezegd: een draad die warm blijft, en een verhaal dat meereist.

De vrouw die haar verhaal vier keer vertelde, zei het de vierde keer vlak omdat het vertellen toen geen gehoord worden meer was, maar een formulier invullen. Niets daarvan was de fout van één behandelaar. Het was het gat dat deed wat gaten doen, in een systeem dat bedden telt en wachtplekken en de dag waarop de behandeling begint, maar nooit één keer de mensen telde die er ergens tussenin stilletjes vertrokken. Als we een cliënt al vragen zich te openen, is het minste wat we hem schuldig zijn dit: dat hij het maar één keer hoeft te doen.

Onderzocht door Freudche.

Bronnen

We gebruiken privacyvriendelijke analytische cookies om te begrijpen hoe de site wordt gebruikt en om deze te verbeteren. Kies "Accepteren" om ze toe te staan, of houd alleen de cookies aan die nodig zijn om de site te laten werken. Privacyverklaring

Het gat tussen twee therapeuten is waar de cliënt stilletjes verdwijnt