27 mei 2026 · 6 min leestijd
Een therapeut mag altijd luisteren. De muur die naasten raken is een gewoonte in een juridisch jasje
Onderzocht door Freudche
Samenvatting
Een naaste belt over een dierbare in zorg en hoort "Ik mag u niets vertellen, het is vertrouwelijk." Het beroepsgeheim is echt, maar het werkt één kant op: het gaat over wat een behandelaar mag delen met een naaste, en zegt niets over wat een behandelaar van een naaste mag horen. De sector zegt dat zelf, klip en klaar. Ypsilon: er mag veel meer dan wat je vaak in de ggz hoort. De Akwa-kwaliteitsstandaard ziet het betrekken van naasten als de norm, niet als risico. Inmiddels zorgt ongeveer één op de zes Nederlandse mantelzorgers voor iemand met een psychisch probleem, vijf jaar eerder nog één op de acht (SCP, 2020), en naasten van mensen met psychische problemen voelen zich veel vaker zwaar belast: 34% tegen 19%. De enige wettelijke familievertrouwenspersoon bestaat alleen voor verplichte zorg. De naasten van de vrijwillige meerderheid hebben er geen.
Een moeder belt de praktijk over haar volwassen zoon. Ze vraagt niet om zijn dossier. Ze wil weten of iemand daar weet dat hij niet meer eet, dat hij het hele weekend in het donker zat, dat ze de pillen uitgeteld op tafel vond. En de stem aan de andere kant zegt de zin die elke familie ooit hoort. "Het spijt me, ik mag u niets vertellen, het is vertrouwelijk." Ze hangt op en staat in haar keuken met de belangrijkste informatie uit de zorg voor haar zoon, en nergens om hem neer te leggen.
Maar er klopt iets niet aan die zin. Hij beantwoordt een vraag die ze nooit stelde. Wat wilde ze eigenlijk? Niet de diagnose, niet het dossier, niet de aantekeningen. Ze wilde iets vertellen, niet iets te horen krijgen. En juist over vertellen zegt het beroepsgeheim helemaal niets.
Het beroepsgeheim werkt maar één kant op
Het beroepsgeheim is echt, en het doet ertoe, en niemand wil het serieus afschaffen. Maar kijk eens precies naar wat het regelt. Het begrenst wat een behandelaar tegen een naaste mag zeggen. Het is een plicht over delen, over informatie die de kamer uit gaat, richting de familie. En over informatie die de kamer in komt, van de familie naar de behandelaar? Daarover zegt het simpelweg niets. Luisteren naar een moeder schendt het geheim van een zoon niet. Aannemen wat zij weet schendt het ook niet. Er bestaat geen versie van het beroepsgeheim waarin een behandelaar die "hij telde de pillen uit" hoort, iets verkeerd heeft gedaan.
Waarom gaat die muur dan toch omhoog? Omdat "ik mag u niets vertellen" makkelijker is dan het gesprek eronder, en omdat een heel vak ergens onderweg een zwijgplicht is gaan behandelen als een plicht om contact te weigeren. Ypsilon, dat er is voor de naasten van mensen met ernstige psychische problemen, zegt het bijna letterlijk zo: er mag veel meer dan wat je vaak in de ggz hoort. Hun richtlijn voor behandelaren is nog scherper. Je mag niet alles zeggen tegen een naaste, maar je mag wel alles vragen aan een naaste. Die asymmetrie is de hele kern, en de eigen organisatie van de sector zegt het zonder aarzelen.
Wat de eigen standaarden van de sector echt toestaan
Stel dat luisteren het enige was wat mocht. Dan was de muur nog steeds een misverstand, maar een klein. Maar is luisteren het enige? Nee. Met toestemming van de patiënt gaat er veel meer open. De Akwa-kwaliteitsstandaard, het document dat beschrijft hoe goede zorg voor naasten eruitziet, ziet het betrekken van de familie niet als een risico om in te dammen. Het ziet het als de aanbevolen norm. Een behandelaar mag, met toestemming, algemene informatie delen over de aandoening en het verloop van de zorg, over wat het betekent om ernaast te leven, over waar een naaste zelf steun kan vinden. Ypsilon gaat verder over de samenwerking zelf: werken in de triade, patiënt en naaste en behandelaar samen, lukt alleen als je ook dingen deelt, en welke dat zijn kun je vrij afspreken met patiënt en naaste. Geen verboden gebied. Een afspraak, hardop gemaakt, door de drie mensen die het aangaat.
Dit deel moet je voorzichtig vasthouden, want het is wat deze organisaties zéggen dat mag, geen juridisch advies van wie dan ook. Ja, maar geldt het beroepsgeheim dan niet echt? Jawel, het bindt echt de kant naar buiten; er zijn echte situaties waarin een behandelaar niet kan delen, en die grens blijft staan. Maar de dagelijkse weigering om naasten überhaupt te woord te staan, de reflex "ik mag u niets vertellen" die het gesprek beëindigt voor het begint, is niet wat de wet eist. Het is een gewoonte die een juridisch jasje vond en het jaren droeg.
De naasten die voor de gewoonte betalen
Wie draagt de kosten van zo'n gewoonte? De mensen in de keuken. Inmiddels zorgt ongeveer één op de zes Nederlandse mantelzorgers voor iemand met een psychisch of psychosociaal probleem, vijf jaar eerder nog één op de acht (SCP, 2020). Stijgt dat of daalt het? Het stijgt. En dit is niet het zachte uiteinde van mantelzorg. Naasten van mensen met psychische problemen voelen zich veel vaker zwaar belast dan mantelzorgers in het algemeen: 34% tegen 19%. Laat dat verschil even tot je doordringen. Bijna twee keer zo vaak. En in welke groep? Precies die ene die het vaakst te horen krijgt dat ze niets mogen weten.
Maak het nu van jezelf. Denk aan je eigen caseload, en achter elke naam de een of twee mensen thuis die de weken tussen de sessies dragen, die de terugval als eerste zien, die de versie van de aandoening om drie uur 's nachts krijgen die jij alleen om tien uur 's ochtends ziet. Hoeveel van hen zijn dit jaar bij een telefoontje weggestuurd met een zin die wettelijk nooit nodig was? En wat probeerden ze door te geven toen de lijn doodviel? Een waarschuwingssignaal? Een gemiste dosis? Het ene detail dat de volgende sessie had veranderd? Dat getal is niet abstract. Het zit in je eigen agenda, één naaste diep achter elke patiënt.
En de enige steun die ze hebben dekt hen niet
Je zou denken dat er een vangnet is. Is dat er? Een soort van, en de vorm ervan is het scherpste onrecht van het hele verhaal. Nederland heeft inderdaad een wettelijke familievertrouwenspersoon, in de wet gezet om naast de naasten van iemand in zorg te staan. Maar lees de wet die hem in het leven riep. De familievertrouwenspersoon bestaat alleen binnen de Wet verplichte ggz, de wet over verplichte zorg, de zorgmachtiging en de crisismaatregel. Dus de families die een vertrouwenspersoon krijgen, zijn de families van patiënten die tegen hun wil zijn opgenomen. Alle anderen, de naasten van de hele vrijwillige meerderheid, de moeder aan de telefoon van wie de zoon onder geen enkele maatregel valt, hebben nergens een vertrouwenspersoon die voor hen is geschreven. De enige structurele steun die er is, is gebouwd voor de kleinste, zwaarste groep, en laat de grootste buiten staan.
Hier komt het telefoontje van de moeder dus terecht. Ze vroeg nooit om de geheimen van haar zoon te horen. Ze probeerde het enige door te geven dat ze had, wat ze thuis had gezien, aan het enige systeem dat er iets mee kon. Daar is het beroepsgeheim nooit voor gemaakt. Het begrenst wat een therapeut mag zeggen. Het heeft hem geen enkele keer belet om te luisteren. De volgende keer dat die zin vanzelf omhoogkomt, die het gesprek beëindigt voor het begint, is het de moeite waard om te vragen welke van de twee plichten hij eigenlijk dient: die van de patiënt, of die van de gewoonte.
Bent u of iemand om wie u geeft in crisis, neem dan contact op met uw huisarts, de huisartsenpost, of 113 Zelfmoordpreventie (113 of 0800-0113, 24/7 bereikbaar).
Onderzocht door Freudche.
Bronnen
- Akwa GGZ. (2019, herz. 2024–25). Generieke module Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek. Kwaliteitsstandaard, Zorginzicht.
- MIND Ypsilon. Wat moet of mag ik (niet)? Informatie voor hulpverleners over samenwerken met naasten.
- MIND Ypsilon. Privacy: informeren, samenwerken en ondersteunen zonder privacyregels te schenden.
- Marsman, A. "Dat kunnen we u helaas niet vertellen" – Over naasten en privacy. PsychoseNet.
- Rijksoverheid / Regelhulp (VWS). Familievertrouwenspersoon (geregeld in de Wet verplichte ggz).
- Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP).
- Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). (2020). Blijvende bron van zorg: ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014–2019.
- Movisie. Mantelzorg en ggz: feiten en cijfers.