25 mei 2026 · 5 min leestijd
De therapeut die iedereen in haar hoofd draagt
Onderzocht door Freudche
Samenvatting
In oktober 2025 telde de Nederlandse ggz 101.134 wachtplekken, met een gemiddelde wachttijd van 24 weken, en wie al binnen is draagt de overloop. Je werkgeheugen houdt drie tot vijf dingen tegelijk vast, maar een volle caseload is twintig of dertig mensen, ieder met een verhaal dat je opnieuw moet inladen voordat het uur begint. De prijs is niet alleen de uitputting van de therapeut. In één studie bereikten cliënten van opgebrande therapeuten betekenisvolle verbetering in 28,3% van de gevallen, tegenover 36,8% bij de rest, 37% lagere kans. De last is onzichtbaar, en ze bereikt de stoel aan de andere kant.
Een therapeut over wie ik hoorde deed op de fiets naar huis iets vreemds. Ze liep de lijst van de volgende ochtend langs, naam voor naam, en probeerde te landen op waar ieder mens gebleven was. Wie had bij de deur nog iets gezegd waar ze op terug wilde komen? Wiens moeder lag op sterven? Wie was stil geworden op een manier die geen rust was? Bij de derde naam waren de eerste drie alweer weg, en bij het stoplicht begon ze opnieuw. Ze was niet grondig. Ze was bang dat ze morgen binnen zou lopen en het niet meer zou weten.
Die angst is geen persoonlijk tekort. Het is wat er gebeurt als het systeem stroomopwaarts de kamer blijft vullen. In oktober 2025 waren er 101.134 wachtplekken in de Nederlandse ggz, met een gemiddelde wachttijd van 24 weken, drie weken langer dan het jaar ervoor (NL Times, 2026). Let op het woord "plekken": de NZa telt plekken, geen mensen, en ongeveer een op de vijf is dezelfde persoon op meer dan één lijst. Toch is dat een muur van nood die tegen een eindig aantal uren drukt. En die uren zijn van mensen. Verdwijnt de druk als de wachtrij groeit en de deur niet sneller opengaat? Nee. Ze landt op wie al binnen is, in de vorm van één naam erbij, één verhaal extra om te dragen.
De overloop moet ergens heen
Waar gaat die heen? Naar hen. In 2024 noemde 46% van het Nederlandse ggz-personeel de werkdruk te hoog of veel te hoog, tegenover een sectortekort van 5.200 onvervulde plekken dat naar verwachting oploopt tot 14.100 in 2033 (AZW, 2024). Minder handen, dezelfde groeiende vraag. De rekensom kan maar één kant op: wie blijft, draagt meer.
En dat dragen sleet erdoorheen. Bij Nederlandse en Vlaamse psychiaters steeg de emotionele uitputting van 33% in 2020 naar 44% in 2023, en meer dan een op de vijf zei te denken aan vertrek uit het vak (NOS, 2024). Kijk je voorbij de grens, dan is het beeld dezelfde vorm. Een meta-analyse onder meer dan 9.000 ggz-professionals in 33 landen vond emotionele uitputting bij 40% (O'Connor et al., 2018). En wat dat het zuiverst voorspelt is geen vage stress in de lucht. Het is caseload. In een studie onder 733 therapeuten verhoogde élke extra cliënt de emotionele uitputting met een meetbaar beetje, bovenop alle andere werkfactoren die ze testten (Kim et al., 2018). Iedere naam op de lijst is meer dan een vakje in de agenda. Het is gewicht.
Wat dat gewicht eigenlijk is
Hier zit het deel dat de werkdrukcijfers missen. Je werkgeheugen, het deel waarmee je in het moment denkt, houdt ongeveer drie tot vijf dingen tegelijk vast (Asgari et al., 2024). Dat is het hele budget. Maar een volle caseload is twintig of dertig mensen, ieder een eigen wereld: een verhaal, een onafgemaakte draad, precies die zin van vorige keer waarvan je jezelf beloofde dat je erop terug zou komen. De therapeut doet dus iets wat niemand eigenlijk kan. Ze laadt voortdurend hele mensen in en uit door een venster van vier plekken, en hoopt dat er tussen de sessies niets belangrijks uit valt.
Als het niet allemaal past, heeft het vak een plek bedacht voor de overloop. De aantekeningen. Het dossier hoort het geheugen te zijn dat vasthoudt wat het hoofd niet kan. Maar bij de meeste behandelaars worden die aantekeningen niet geschreven als het uur nog warm is. Ze worden later geschreven, na de laatste cliënt, 's avonds. Hoeveel tijd kost dat bureauwerk? In studies onder clinici loopt het op tot ongeveer twee uur voor elk uur direct contact met de patiënt (Sinsky et al., 2016). En het heeft tanden: clinici die zes uur per week of meer buiten werktijd zitten te registreren, dragen dubbel zoveel risico op burn-out als wie onder de vijf blijft (Asgari et al., 2024). Het geheugenhulpmiddel dat de therapeut het hardst nodig heeft, is zo nog iets geworden dat haar avond afpakt. De steiger die de last zou moeten verlichten, wordt er zelf een deel van, en komt te laat voor de sessie die hij moest dienen.
En dan bereikt het de patiënt
Je zou dit allemaal kunnen lezen als een verhaal over vermoeide behandelaars en denken: vermoeide professionals zijn er overal, en het werk komt toch wel af. Ja, maar dan leg ik het ene getal neer dat die uitweg sluit.
In een studie onder 165 therapeuten die veteranen met PTSS behandelden, bereikten de cliënten van opgebrande therapeuten in 28,3% van de gevallen een klinisch betekenisvolle verbetering. Bij de therapeuten die niet opgebrand waren, was dat 36,8%. Gecorrigeerd voor de voor de hand liggende verstoorders is dat 37% lagere kans op herstel (Sayer et al., 2024). Sta even stil bij waar dat landt. De uitputting is niet alleen de eigen prijs die de therapeut op de fiets naar huis opslokt. Ze steekt het bureau over. Ze bereikt de mens die 24 weken op de stoel wachtte, en verlaagt stilletjes diens kans op precies datgene waarvoor hij kwam. Neem dus de cliënten die jij deze maand ziet, en houd die verhouding tegen je eigen lijst. De last die je tussen sessies draagt is dus toch niet onzichtbaar. Ze heeft een gezicht, en het zit tegenover je.
Hier doet Freudche iets smals en concreets. Het bewaart het verhaal van elke patiënt voor je en laat, voordat het uur begint, zien waar jullie de vorige keer gebleven waren, zodat je al georiënteerd binnenloopt in plaats van de mens bij het stoplicht uit je geheugen op te bouwen. En het draagt het schrijfwerk na de sessie, de avondbelasting, zodat de registratie niet langer het ding is dat op je wacht als de laatste cliënt weg is. Het kijkt terug over de aantekeningen die je zelf al maakte en de sessie die je net had; het stelt geen diagnose, en het klinisch oordeel blijft helemaal van jou. Wat het optilt is het deel dat nooit het werk was: het reconstrueren, het opnieuw inladen, het samen dragen van iedereen tegelijk.
De therapeut op de fiets probeerde niet alles te onthouden omdat ze ongeorganiseerd was. Ze probeerde het omdat elke naam een mens was die ze niet wilde teleurstellen, en de enige bewaarplek was haar eigen vermoeide hoofd. Dat was nooit een redelijke plek om ze te bewaren. Het ging er nooit om harder te onthouden. Het ging erom morgen binnen te kunnen lopen en er gewoon te zijn, voor die ene mens op de stoel, met alle anderen veilig bewaard, ergens waar het haar de weg naar huis niet meer kost.
Onderzocht door Freudche.
Bronnen
- NL Times. (2026, 16 februari). Mental healthcare waiting lists top 101,000 people; Half waiting longer than 14 weeks. (Bron: NZa wachttijdenmonitor oktober 2025.)
- Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn. (2024). De staat van de arbeidsmarkt geestelijke gezondheidszorg 2024, brancheanalyse.
- NOS. (2024). Veel psychiaters emotioneel uitgeput door werkomstandigheden. (Op basis van de driejaarlijkse enquête van De Jonge Psychiater, Nederland en Vlaanderen.)
- O'Connor, K., Muller Neff, D., & Pitman, S. (2018). Burnout in mental health professionals: A systematic review and meta-analysis of prevalence and determinants. European Psychiatry, 53, 74–99.
- Kim, J. J., Brookman-Frazee, L., Gellatly, R., Stadnick, N., Barnett, M. L., & Lau, A. S. (2018). Predictors of burnout among community therapists in the sustainment phase of a system-driven implementation of multiple evidence-based practices in children's mental health. Professional Psychology: Research and Practice, 49(2), 131–142.
- Asgari, E., et al. (2024). Impact of Electronic Health Record Use on Cognitive Load and Burnout Among Clinicians: Narrative Review. JMIR Medical Informatics, 12, e55499.
- Sinsky, C., Colligan, L., Li, L., et al. (2016). Allocation of Physician Time in Ambulatory Practice: A Time and Motion Study in 4 Specialties. Annals of Internal Medicine, 165(11), 753–760.
- Sayer, N. A., Kaplan, A., Nelson, D. B., Wiltsey Stirman, S., & Rosen, C. S. (2024). Clinician Burnout and Effectiveness of Guideline-Recommended Psychotherapies. JAMA Network Open, 7(4), e246858.