27 mei 2026 · 5 min leestijd
Het eerste contact dat nooit plaatsvindt
Onderzocht door Freudche
Samenvatting
De telefoon die overgaat, de mail die nergens heen gaat, van het kastje naar de muur. Die laag is echt, maar er bestaat geen Nederlands cijfer voor; hij leeft als getuigenis, niet als statistiek. Het harde getal zit een trede hoger, bij het eerste gesprek dat nooit wordt ingepland. De NZa laat zien dat 67% van de aanmeldwachttijden de norm van vier weken overschrijdt, en dat 72.443 van de 108.878 ggz-wachtplekken mensen zijn die nog wachten op een eerste gesprek (NZa, 2025). De inspectie zegt het zonder omhaal: tijdens dat wachten is niemand eigenaar van de patiënt (IGJ, 2023), en de huisarts wordt de wachtkamer, want 93% ziet weinig tot geen verwijsmogelijkheden (LHV, 2025). Voor iemand die wekenlang moed verzamelde om te vragen, is een onbeantwoord eerste contact geen vertraging. Het is de deur die dichtgaat op het moment van de grootste nood.
Een huisarts was in 2021 een halve middag bezig om één patiënt door een deur te krijgen. De patiënt was verwezen, had specialistische hulp nodig, en kreeg mee wat iedere patiënt meekrijgt: een naam, een nummer, een plek om te bellen. De aanbieder schreef terug dat er geen intake mogelijk was, de wachttijd al voorbij de norm van vier weken. Dus belde de patiënt de verzekeraar, die wees terug naar een aanbieder, die wees naar een andere aanbieder, die wees terug. Drie uur uit de dag van een dokter, en aan het eind had de patiënt nog steeds niemand bereikt (GGZ Totaal, 2021). Niet echt afgewezen. Alleen nooit echt binnengelaten.
Daar hebben we een woord voor: van het kastje naar de muur. Het is een van de eerlijkste dingen die onze taal doet. Het beschrijft iemand die in beweging is en nergens aankomt. De telefoon die overgaat, de mail die onbeantwoord blijft, het belletje dat nooit terugkomt. Wie ooit zichzelf of een naaste in zorg probeerde te krijgen, voelt het in zijn lijf nog voor hij het kan benoemen.
Het probleem is niet de telefoon
Maar is de telefoon wel het probleem? Nee. De telefoon is het symptoom. De echte vraag is een andere: wat gebeurt er, klinisch, in de tijd voordat iemand ooit een behandelaar bereikt?
De officiële cijfers splitsen het wachten in twee fasen die we als publiek vaak op één hoop gooien. Er is de aanmeldwachttijd, tussen verwijzing en het eerste intakegesprek, met een norm van vier weken. En er is de behandelwachttijd, tussen dat gesprek en de start van de behandeling, met een norm van tien weken. De eerste is: kan ik de deur überhaupt bereiken? De tweede is: de deur ging open, nu wacht ik op de kamer. Het gesprek gaat meestal over de kamer. Maar het zwaarste falen zit bij de deur.
De getallen zeggen het ronduit. Volgens de Informatiekaart van de NZa over oktober 2024 overschrijdt 67% van de aanmeldwachtplekken de norm van vier weken, tegenover 38,7% van de behandelplekken die de tienwekennorm overschrijdt (Nederlandse Zorgautoriteit, 2025). Lees dat nog eens. Het eerste contact presteert het slechtst van de twee. En van de 108.878 ggz-wachtplekken zijn er 72.443, ongeveer twee derde, mensen die wachten om voor het eerst gezien te worden. Niet op behandeling. Op één keer bekeken worden.
Niemand is eigenaar van wie wacht
Wie houdt die mens dan vast terwijl de telefoon overgaat? De inspectie heeft het beantwoord, en het antwoord is de stille schrik onder het cijfer. De IGJ vond dat aanbieders onvoldoende afspraken hadden gemaakt over wie verantwoordelijk is voor welke zorg zolang een cliënt op de wachtlijst staat (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, 2023). In gewone woorden: tijdens het wachten is niemand eigenaar van de patiënt. Het dossier is open, de plek is bezet, en er is geen behandelaar wiens taak het is om te merken dat de mens aan de andere kant stil wordt.
Waar landt dat vasthouden dan wel? Op de huisarts. In de peiling van de LHV uit 2025 zag 93% van de huisartsen weinig tot geen mogelijkheden om naar specialistische ggz te verwijzen, en ze waren uren per week kwijt aan de overbruggingszorg die het gat vult (Landelijke Huisartsen Vereniging, 2025). De huisarts wordt de wachtkamer voor een rij die hij niet bouwde en niet kan laten doorstromen. En de literatuurinventarisatie van Trimbos en Nivel vond dezelfde vorm vanuit de patiënt: de klachten verergeren bij de meesten die wachten, en de last komt op huisartsen en POH's terecht (Schutjens, Nuijen & Magnée, 2024). Het wachten is geen neutrale pauze. Het is een stuk tijd waarin de klachten zwaarder worden en niemand is aangewezen om mee te kijken.
De eerste bereikbare daad
Denk eens aan wie die onbeantwoorde telefoon toebehoort. Geen achteloze beller. Iemand die er gemiddeld weken over deed om te besluiten dat wat hij droeg zwaar genoeg was om een vreemde om hulp te vragen. Hij oefende de zin. Hij koos een stil uur. Hij belde. Wat zei die stilte aan de andere kant tegen die mens? Niet: we hebben het druk. Het zei: de moed die je verzamelde was voor niets. Voor iemand op precies het moment van vragen is een onbeantwoord eerste contact geen ongemak. Het is de deur die dichtgaat.
Maak het nu van jou, want zo'n getal houden we makkelijk op afstand. Stel je je eigen aanmeldlijst voor, de mensen die nog met niemand een eerste gesprek hadden. Twee op de drie van alle wachtenden in dit land staan precies daar, nog wachtend om voor het eerst gezien te worden. Sommigen proberen nu jou te bereiken, in het uur voor je volgende sessie, en het systeem gaf hun een kiestoon en een muur. Die 72.443 is geen abstractie. Het zijn de mensen die de moed vonden om te bellen, nog voordat ze ooit gingen zitten.
Bereikbaarheid is de eerste therapeutische daad. De warmte van opgenomen worden, de opluchting van een menselijke stem die zegt: ja, we hebben je, dat is niet het zachte deel vóór de echte behandeling. Het is de eerste dosis ervan. En het Nederlandse systeem faalt daarin, naar eigen zeggen, op de drempel, nog voordat er een behandelaar in de kamer is. Niets hiervan is de schuld van één therapeut. De rij is het symptoom van een systeem dat meer mensen draagt dan het kan bereiken, en wie het meest bereikt moet worden, staat het stilst bij een deur die niet opengaat.
De wachtlijst is het deel van de ziekte dat we hebben leren tellen. Het deel daarvóór, de deur die niemand opneemt, is het deel dat we niet tellen. Maar het is dezelfde mens. En hij is nog steeds aan de lijn.
Onderzocht door Freudche.
Bronnen
- Nederlandse Zorgautoriteit (2025). Informatiekaart wachttijden en wachtplekken ggz, oktober 2024. Gepubliceerd 11 februari 2025.
- Nederlandse Zorgautoriteit (2025). Toegang tot geestelijke gezondheidszorg verder onder druk. 22 juli 2025.
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2023). Toezicht op de aanpak van wachttijden in de ggz.
- Landelijke Huisartsen Vereniging (2025). Peiling samenwerking huisarts–ggz 2025: doorverwijzing naar ggz onverminderd problematisch.
- Schutjens, V., Nuijen, J., & Magnée, T. (2024). In de wachtstand: een literatuurinventarisatie naar de impact van wachttijden in de ggz op patiënten, naasten, huisartsen en POH's-GGZ. Trimbos-instituut & Nivel.
- GGZ Totaal (2021). Soms is zelfs de wachtlijst onbereikbaar.
- MIND (2026). Weg met de wachtlijsten in de ggz (petitie, gestart op 26 januari 2026, op basis van NZa-cijfers van februari 2025), via GGZ Nieuws.