Alle onderzoek

Onderzoek over therapeutic-process

Onderzoek en literatuuroverzichten van Freudche over therapeutic-process.

27 mei 2026 · 7 min leestijd

Als de meest zorgzame behandeling het koudst aanvoelt

Autonomiebevorderend beleid, ook wel hoogrisicobeleid, is een bewust ontworpen behandeling voor een heel kleine groep, in de orde van 0,5 tot 3 mensen per 100.000 inwoners per jaar (Michiels et al., 2024), die leven met complexe, chronische suïcidaliteit en bij wie herhaalde gedwongen crisisopnames de schade eerder vergroten dan beheersen. In de zomer van 2024 opende patiëntenplatform MIND een meldpunt over hoe dat beleid wordt uitgevoerd en verzamelde 126 meldingen over 25 instellingen, geanalyseerd door Bureau Lenz en gepubliceerd op 4 december 2024. De meldingen beschrijven, als geleefde ervaring, zorg die als kil landde, als overvragend, als bevestiging van het gevoel niets waard te zijn, en die in gevallen de suïcidaliteit niet verminderde en die als versterkend werd ervaren. Zo behandelt de ggz niet iedereen en dit is niet wat therapeuten doen. Het is één specifiek beleid, en de mensen voor wie het werd gebouwd, zijn juist degenen die de kou beschreven. Het artikel houdt beide waarheden vast: een behandeling kan op papier weloverwogen zijn en in de kamer als verlating voelen.

27 mei 2026 · 6 min leestijd

De cliënt ging niet weg. Het systeem liet los.

In de Nederlandse ggz is een einde niet altijd de cliënt die wegdrijft. Het systeem beëindigt de relatie via verschillende mechanismen: een cliënt geweigerd omdat hij na lang wachten "te complex" is; een kortdurend traject dat bij een vooraf afgebakende 8 tot 12 sessies sluit; een omzetplafond dat, toen het nog gold, bij 33% van de getroffen mensen in de ggz een behandeling stopte en bij 69% nieuwe zorg blokkeerde; en betwiste beëindigingen die een commissie soms onzorgvuldig noemde, waaronder een verwijzing zonder de cliënt iets te vragen. Het omzetplafond wordt nu voor vrijgevestigde praktijken afgebouwd. Wat blijft is de vraag hoe een einde gaat, want een koud einde verergert de wond en een warm einde niet.

27 mei 2026 · 6 min leestijd

Voor een expat is therapie vinden in Nederland een loterij, geen verwijzing

Voor een internationaal mobiele patiënt in Nederland lijkt therapie vinden minder op een verwijzing dan op een loterij. Er stapelen zich drie loten op voordat de zorg begint: bij welke huisarts je staat ingeschreven, want vergoede ggz vraagt een schriftelijke verwijzing (Rijksoverheid); of je taal ooit een matchingscriterium is, wat meestal niet zo is; en of je een titelsysteem kunt lezen waarin de algemene titel psycholoog sinds 1993 niet meer beschermd is, terwijl gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut wél beschermd en geregistreerd zijn onder de Wet BIG (Psychologen Amsterdam; BIG-register, 350.000+ professionals). Op 1 januari 2025 was 16,8% van de bevolking, meer dan 3 miljoen mensen, in het buitenland geboren (CBS). De geleefde wachttijd van expats loopt van ongeveer zes weken tot ruim een jaar, zoals expats hem zelf melden, nooit een gemeten landelijk gemiddelde. En het bewijs dat de barrière vastlegt komt uit Engelstalige fora en expatpers, die hoger opgeleide expats oververtegenwoordigen, dus juist de mensen die het hardst worden geraakt zijn er het minst zichtbaar in. "Wij bieden Engels aan" is de meest misleidende belofte in het systeem, want Engels aanbieden bij de intake en doorlopende Engelstalige zorg leveren zijn twee verschillende dingen.

27 mei 2026 · 6 min leestijd

Een therapeut mag altijd luisteren. De muur die naasten raken is een gewoonte in een juridisch jasje

Een naaste belt over een dierbare in zorg en hoort "Ik mag u niets vertellen, het is vertrouwelijk." Het beroepsgeheim is echt, maar het werkt één kant op: het gaat over wat een behandelaar mag delen met een naaste, en zegt niets over wat een behandelaar van een naaste mag horen. De sector zegt dat zelf, klip en klaar. Ypsilon: er mag veel meer dan wat je vaak in de ggz hoort. De Akwa-kwaliteitsstandaard ziet het betrekken van naasten als de norm, niet als risico. Inmiddels zorgt ongeveer één op de zes Nederlandse mantelzorgers voor iemand met een psychisch probleem, vijf jaar eerder nog één op de acht (SCP, 2020), en naasten van mensen met psychische problemen voelen zich veel vaker zwaar belast: 34% tegen 19%. De enige wettelijke familievertrouwenspersoon bestaat alleen voor verplichte zorg. De naasten van de vrijwillige meerderheid hebben er geen.

27 mei 2026 · 5 min leestijd

Het eerste contact dat nooit plaatsvindt

De telefoon die overgaat, de mail die nergens heen gaat, van het kastje naar de muur. Die laag is echt, maar er bestaat geen Nederlands cijfer voor; hij leeft als getuigenis, niet als statistiek. Het harde getal zit een trede hoger, bij het eerste gesprek dat nooit wordt ingepland. De NZa laat zien dat 67% van de aanmeldwachttijden de norm van vier weken overschrijdt, en dat 72.443 van de 108.878 ggz-wachtplekken mensen zijn die nog wachten op een eerste gesprek (NZa, 2025). De inspectie zegt het zonder omhaal: tijdens dat wachten is niemand eigenaar van de patiënt (IGJ, 2023), en de huisarts wordt de wachtkamer, want 93% ziet weinig tot geen verwijsmogelijkheden (LHV, 2025). Voor iemand die wekenlang moed verzamelde om te vragen, is een onbeantwoord eerste contact geen vertraging. Het is de deur die dichtgaat op het moment van de grootste nood.

27 mei 2026 · 6 min leestijd

De pil klopte waarschijnlijk wel. Het gesprek ontbrak.

Een patiënt die zegt dat hij "platgedrogeerd" werd, klinkt alsof hij het medicijn aanklaagt. Het Nederlandse bewijs leest het anders. In de huisartsenzorg was 94,6% van het antidepressivagebruik in lijn met de NHG-richtlijn (Piek et al., 2011), wat het verhaal van overbehandeling al in de kiem smoort. Wat als probleem staat gedocumenteerd, zit om het recept heen, niet erin: in een cohort van 326.025 mensen kreeg van wie in het eerste jaar vier of meer recepten kreeg, 42% in elk van de vijf onderzochte jaren nog een antidepressivum voorgeschreven (Verhaak et al., 2019), waarbij de auteurs opmerken dat medicatiebeoordelingen schaarser worden naarmate het recept langer loopt; een instituut dat het voorschrijven volgt vond antidepressiva langer dan aanbevolen gebruikt bij 40 tot 50% van de gebruikers en riep voorschrijvers op de bedoelde gebruiksduur bij de start te bespreken (IVM); en een panel van meer dan 750 patiënten vond dat ruwweg twee op de drie niet meebeslist over de eigen diagnose en behandeling (MIND), tegen een zorgstandaard die de patiënt de deskundige over de eigen ervaring noemt. De klacht gaat zelden over de pil. Het gaat over voorgeschreven worden in plaats van gehoord.

27 mei 2026 · 6 min leestijd

Elke kamer heeft een eigenaar. De ruimte ertussen heeft er geen.

Van het kastje naar de muur is geen incident. Het is wat een stelsel oplevert waarin niemand is aangewezen om de mens tussen de kamers vast te houden. De inspectie vond dat zorgaanbieders onvoldoende afspraken maakten over wie verantwoordelijk is zolang een cliënt op de wachtlijst staat. Het IBO van 2025 noemt het stelsel onhoudbaar en wijst versnippering over vier aparte wetten aan als kernoorzaak. En de huisarts, het enige vaste punt, is een onbedoelde wachtkamer geworden: 93% zegt nauwelijks te kunnen doorverwijzen, en is zo’n 3,7 uur per week kwijt aan overbruggingszorg die niet bij hem hoort. Elke stap begint opnieuw, omdat elke kamer van iemand anders is, en de naden van niemand.

27 mei 2026 · 6 min leestijd

De patiënt is de enige in de kamer zonder stem in de eigen zorg

Samen beslissen is een vastomlijnde standaard in vier stappen (Stiggelbout, 2015; Elwyn, 2017) en in Nederland een project van tien jaar. De eigen vooraanstaande onderzoekers van het veld concludeerden in 2022 dat de winst echt is maar ongelijk verdeeld, en dat de standaard niet alle patiënten heeft bereikt. Het standpunt van MIND zet er een getal op: meer dan twee op de drie ggz-cliënten reageert negatief op de stelling dat er duidelijke afspraken waren over hun eigen diagnose en behandeling, en ruim 60% kreeg niet te horen dat er iets te beslissen viel. De patiënt is de enige in de kamer zonder stem in de eigen zorg, en de cijfers die het veld over zichzelf verzamelt zeggen het.

27 mei 2026 · 5 min leestijd

De vijfsterrengeest

Op de landelijke cliëntervaringsmeting scoort de dimensie die het dichtst bij als mens behandeld worden ligt, bejegening en serieus nemen, een 4,8 op 5, tegen het plafond aan. Maar de CQi wordt ingevuld ná afloop van het behandeltraject, en meet dus wie de eindstreep haalde. Wie zich een nummer voelde en stopte met komen, en wie nooit werd aangenomen, valt buiten het kader. Tevredenheidsenquêtes oververtegenwoordigen de tevredenen: in één peer-reviewed studie reageerde maar 16,5%, en die reageerders verschilden systematisch van wie zweeg. Dus 4,8 en niet gehoord, niet gezien spreken elkaar niet tegen. Het zijn twee instrumenten gericht op twee verschillende mensen.

26 mei 2026 · 8 min leestijd

De wachtlijst is het deel van de ziekte dat niemand telt

De tijd tussen het vragen om hulp en het krijgen ervan staat als een neutrale rij in het systeem, een "in behandeling" op een formulier. Het bewijs leest het anders. Langer wachten op vroege psychosezorg ging samen met slechtere uitkomsten na een jaar (Reichert & Jacobs, 2018), en een netwerk-meta-analyse vond dat op een wachtlijst staan slechter uitpakte dan helemaal geen behandeling, met teleurstelling als voorgesteld mechanisme (Furukawa et al., 2014). Na verwijzing is afhaken geen passiviteit maar een risicosignaal: mensen met een psychische aandoening die meer dan twee afspraken per jaar misten hadden een 8,37 keer hogere sterfte (McQueenie et al., 2019), en binnen zeven dagen psychiatrische zorg bereiken na een suïcidepoging hing samen met ongeveer de helft van het risico op een nieuwe poging (Kim et al., 2022). Allemaal observationeel, allemaal door de auteurs zelf gerelativeerd. In Nederland stonden er in oktober 2024 108.878 wachtplekken open (NZa, 2025). De wachttijd is het minst getelde stuk van de ziekte.

25 mei 2026 · 6 min leestijd

Of je werk de cliënt bereikt? Juist dat signaal zie je niet terwijl je werkt

De therapeutische alliantie voorspelt de uitkomst met r = .278 over 295 studies heen, het sterkste signaal binnen de therapie dat we hebben voor de vraag of het werk déze cliënt bereikt. Toch stopt 19,7% vroegtijdig, en heeft 93% wel eens tegen de therapeut gelogen. De breuk in de alliantie is in principe zichtbaar, getrainde beoordelaars die opnames coderen zijn het er voor ICC .85 tot .98 over eens, en in het moment onzichtbaar, waar therapeut en cliënt het over de band maar voor r = .36 eens zijn. Het signaal of je werk landt, is precies het signaal dat je het slechtst kunt zien terwijl je het doet.

25 mei 2026 · 7 min leestijd

Het moeilijkste wat een therapeut onthoudt, is wie iedereen is

Een cliënt zegt "en toen zei Mark..." en de therapeut doet een stille zoekopdracht: Mark, de broer of de manager? Je werkgeheugen houdt ongeveer drie tot vijf betekenisvolle dingen tegelijk vast, niet de beroemde zeven, en de cast rond één cliënt loopt daar zo voorbij. Cliënten zelf onthouden maar ongeveer een derde van wat een sessie behandelde, caseload heeft een klein maar echt effect op de uitkomst over 18.322 cliënten, en Nederlandse ggz-behandelaars verliezen ruwweg een derde van hun tijd aan administratie. Wat al dat boekhouden kost is aanwezigheid, het werkzame bestanddeel van het werk. Het vak loste het opslagprobleem allang met de hand op, met de familiekaart.

25 mei 2026 · 5 min leestijd

De therapeut die iedereen in haar hoofd draagt

In oktober 2025 telde de Nederlandse ggz 101.134 wachtplekken, met een gemiddelde wachttijd van 24 weken, en wie al binnen is draagt de overloop. Je werkgeheugen houdt drie tot vijf dingen tegelijk vast, maar een volle caseload is twintig of dertig mensen, ieder met een verhaal dat je opnieuw moet inladen voordat het uur begint. De prijs is niet alleen de uitputting van de therapeut. In één studie bereikten cliënten van opgebrande therapeuten betekenisvolle verbetering in 28,3% van de gevallen, tegenover 36,8% bij de rest, 37% lagere kans. De last is onzichtbaar, en ze bereikt de stoel aan de andere kant.

25 mei 2026 · 6 min leestijd

De therapeut weet als laatste dat de laatste sessie de laatste was

Van de 100 mensen die een ggz-praktijk benaderen, zitten er bij sessie 10 nog geen 17 in therapie, en 20% tot 57% van wie wél een eerste sessie bijwoont, komt nooit terug voor een tweede. Het uitvalonderzoek laat zien dat therapeuten de drift vaak voelen maar zwijgen. 76% voelt dat een cliënt vertrekt; slechts 23% zegt er iets over. De cliënt loopt weg zonder afsluitende sessie, en het enige venster voor herstel sluit voordat iemand het opent.

25 mei 2026 · 6 min leestijd

Het gat tussen twee therapeuten is waar de cliënt stilletjes verdwijnt

Een doorverwezen cliënt wacht weken tussen de ene therapeut en de volgende, en velen komen nooit aan. Onderzoek vindt al lang dat van de 100 mensen die een instelling benaderen er maar zo'n 33 een eerste sessie halen; de basisuitval ligt op 19,7%; en wisselt de therapeut, dan liep de uitval in één klinische groep op van 7,1% naar 40,4%. In Nederland stonden er op 1 oktober 2024 108.878 wachtplekken open, met 67% over de intakenorm heen en gemiddeld 28 weken wachten bij persoonlijkheidsstoornissen. De gestructureerde overdracht laat geen blijvend spoor na op de klachten, maar het herstelvenster is echt, en de uitval die daarin gebeurt, is het deel dat niemand telt.

We gebruiken privacyvriendelijke analytische cookies om te begrijpen hoe de site wordt gebruikt en om deze te verbeteren. Kies "Accepteren" om ze toe te staan, of houd alleen de cookies aan die nodig zijn om de site te laten werken. Privacyverklaring

therapeutic-process — Onderzoek — Freudche